Mennohoes

Geschiedenis
Op 14 november 1698 verschijnen Koert Sijpkens met zijn zoon Sypko Coerts Sypkens en de buurman Ammo Hikkens, die voorganger is van de mennisten en Pieter Alberts, de zwager van Sypko Coerts, bij pastor IJzebrandus Blankenstein en beide kerkvoogden Fokke Tjakes en Harm Hindriks.
De eersten verklaarden op 28 mei 1697 een huis met omliggende gronden te hebben gekocht van Sijmen Willems met het doel in dat huis hun Vermaningen te houden. Zij dragen op 14 november 1698 het eigendom hiervan over aan ‘de gemeente des Mennonyten te Meeden’ onder het beding dat gedurende hun leven de broederen te Meeden en Wildervank jaarlijks aan hen moeten betalen 22 gulden.

Koert Sijpkes woonde aan de zuidzijde van de Hereweg, schuin tegenover de plaats waar nu de  boerderij ‘Menterneheerd’ staat. Ammo Hikkens was de buurman van Sijpkes en bewoonde de oorspronkelijke kloosterboerderij aan de westzijde. In 1832 worden beide plaatsen samengevoegd en in 1860 wordt de ‘Menterneheerd’ aan de noordzijde van de Hereweg gebouwd.(Verbouwd in 1961).

Sypko Coerts Sypkens ,de zoon van Koert Sijpkes kocht in 1698, samen met zijn zwager Pieter Alberts, de boerderij Hereweg 92 van hun schoonmoeder Lamme Harms.
Ook de schoonouders behoorden ook tot de Mennisten, maar de kinderen uit het derde huwelijk van Sypko Coerts zijn later weer toegetreden tot wat men dan nog de gereformeerde kerk noemt.
Sypko Coerts Sypkens  is de overgrootvader van Meerten Sijpkens, de drijvende kracht achter de afscheiding in Meeden.

In 1871 wordt op het terrein, dat bekend staat als ‘Vermaningsheerd’, een kerkje gebouwd. Na 1950 wordt het aantal leden zo gering dat de doopsgezinde gemeente tot opheffing moet besluiten en het kerkgebouw verkoopt. In 1960 wordt het tot dorpshuis omgebouwd, waarna het de naam Menno-Hoes krijgt, genoemd naar een van de grootste voorgangers van de doopsgezinden: Menno Simons. Tegenwoordig is het gebouwtje in gebruik als peuterspeelzaal.

In het parkje achter het Menno-hoes staan enkele mooie bomen, waaronder een aantal witte acacia’s (robinia pseudo-acacia), dit zijn vlinderbloemige bijenbomen. De grote spar is een nordmannspar (abies nordmanniana) met mooie staande kegels. Rechts naast het menno-hoes staat een gewone esdoorn (acer pseudoplatanus).

Menno Simons (1496 – 1561)
Menno Simons was van oorsprong een Rooms Katholiek priester. In de jaren ’20 van de 16e eeuw sympathiseert hij met Luther, later voelt hij zich meer aangetrokken door Zwingli. Rond 1531 raakt hij onder de indruk van de uit Zwitserland stammende Doopsgezinden, maar wordt in 1532 pastoor te Witmarsum. In 1535 laat hij zich opnieuw dopen (wederdopen; hij was als kind al gedoopt in de RK kerk) en daarmee komt het tot een openlijke breuk met de RK kerk. In 1536 verlaat hij Witmarsum en trekt in verband met vervolgingen naar Groningen en Oost-Friesland en sticht daar doopsgezinde geloofsgemeenschappen (Mennonieten of Mennisten).
Omdat er een prijs op zijn hoofd stond, werden reiskoetsen vaak aangehouden. Zo gebeurde het eens dat Spaanse soldaten een koets waarin Menno Simons zich bevond aanhielden en vroegen of Menno  Simons aan boord was. ‘Nee, nee!’ riepen de angstige passagiers. De doopsgezinde leraar Hans Busschaert, wiens geloofsovertuiging hem verbood onwaarheid te spreken, boog zich vervolgens naar buiten en zei: ‘Men zegt dat Menno Simons zich niet in deze koets bevindt’, waarop de tocht ongehinderd kon worden voortgezet.
Simons was streng op de levenshouding: de gemeente moest ‘zonder vlek of rimpel’ zijn. Hij legde daarbij de nadruk op de noodzaak van geestelijke wedergeboorte, het zuivere apostelschap van de christelijke gemeente en verwierp de kinderdoop als bijbels niet gefundeerd.
Menno Simons overleed op 65-jarige leeftijd te Bad Oldesloe en ligt daar begraven onder een linde die naar wordt aangenomen door hem zelf is geplant.

© 2011 MenterAroute | Realisatie Grafisch bedrijf de Bruin - Zuidbroek. m