Hervormde Kerk te Muntendam

De Saksische nederzetting Muntendam is vermoedelijk gesticht in de late middeleeuwen en heeft zijn naam waarschijnlijk te danken aan een dam in de oude AE, welke opgeworpen was door de kloosterlingen van de Munte of Menterne. Daar het temidden van moerasachtige gebieden lag, was de plek slechts te bereiken in de zomermaanden, vanuit de dorpen in de omgeving, als Zuidbroek, Meeden en Zuidlaren. Van de kaart van Lubbers, getekend in 1652, is bekend dat er een wintersledeweg liep van Muntendam over de z.g. Bouwten naar Kleinemeer. In het begin der 15e eeuw is de plaats kennelijk in belangrijkheid toegenomen, want in een acte van 1435 is sprake van een verslag tussen onze streek en de stad Groningen, waarbij vastgesteld werd dat men 12 jaren in vrede en onderlinge bescherming zou leven. Dat Muntendam een zekere mate van belangrijkheid bezat blijkt o.a. uit het feit dat men de streek, waar thans Veendam en Wildervank gelegen zijn, in 1655 de naam Muntendam-Boven gaf. Verder behoren het grootste deel Tripscompagnie en een deel van de buurt Borgercompagnie tot de gemeente Muntendam. Kerkelijk behoorde Muntendam echter tot Zuidbroek.

De kerkelijke scheiding tussen Zuidbroek en Muntendam
Reeds ver vóór 1841 bestond bij de Muntendammers de wens, een zelfstandige kerk te bezitten. De beweging is al in 1798 begonnen. In dat jaar ontving de Kerkeraad een verzoekschrift van een groot deel der ‘Carspelluiden’van Muntendam om voorlopig geen opvolger voor den in dat jaar overleden predikant voor Zuidbroek en Muntendam te benoemen, daar laatsgenoemde plaats in de laatste jaren zó bevolkt was, dat er over een scheiding tussen de beide dorpen gedacht kon worden. De Kerkvoogden adviseerden, bovenstaand verzoek van de hand te wijzen. De belanghebbenden bij de kerkkwestie moesten echter hun ziel nog een poosje in lijdzaamheid bezitten, In 1838 kwam het bericht van het Departement dat de Koning de scheiding goedkeurde en aan Muntendam een subsidie toekende van ƒ 4200,- voor het bouwen van een nieuwe kerk en pastorie. In 1840 werd met de bouw begonnen en in 1841 eindelijk waren kerk en pastorie verrezen en had de inwijding en ingebruikneming plaats onder den eersten predikant G. Benthem Reddingius.

Bouwgeschiedenis
Zoals uit het bovenstaande blijkt is in 1838 de kerkelijke scheiding tussen Zuidbroek en Muntendam goedgekeurd en kon men voorbereidingen tot de bouw van een eigen kerk treffen. Een tweetal teruggevonden bakstenen met steenbakkersmerk lichten ons daaromtrent ook reeds in: op de ene steen groot 11 x 22,5 staat de naam van de man die de kleivormen maakt; n.l. Friedrich Reere en op de andere steen, waarvan slechts de helft over is ……iedrich – 1839 . Boven de voordeur staat in Romeinse cijfers het jaartal (MDCCCXL), het eigenlijke bouwjaar der kerk. Hoewel de tijd van ontstaan nog niet zo heel lang geleden is, bestaat er toch geen bestek en tekeningen meer van het oorspronkelijke plan. We zullen aan de hand van het bouwwerk en de nog bewaard gebleven archiefstukken tot een reconstructie van de oorspronkelijke toestand trachten te komen. Het gebouw bestaat uit een eenvoudige zaal, uitwendig 12,91 m bij 25,41 m met muren ter dikte van 39 à 40 cmopgetrokken uit rode Groninger baksteen afm. 4,5 à 5 x 11,5 à 12 x 2,5 à 4,5 cm ( 10 lagen = 59 cm). De langsgevelte zijn hoog 5.30 m, beëindigd door een houten bakgoot, terwijl de voor- en achtergevel als eenvoudige topgevels zijn opgetrokken (dik 30 cm). Op de voorste topgevel is een miniscuul klein torenspitsje geplaatst waarin een klokje, dat volgens archiefgegevens van het Olde Convent, later het Rode Weeshuis te Groningen.

Klok
Deze klok dateert van 1470 en had als opschrift: H. MARIA BIN IC GHEHETE DAT OLED CONVE HEF MI DOGET ANO DOMINI MCCCCLXX Aan de voorzijde stond een groep van vijf Heiligen in een nis afgebeeld, terwijl de achterzijde het beeld van de H. Catharina vertoonde. In 1843 is de klok omgesmolten door de bekende klokkengieters A.H. en U.H. van Bergen in opdracht van de Muntendammer gemeente. De klok heeft nu een doorsnede van 51 cm en draagt de volgende tekst, omrankt met salieblaadjes: DEZE KLOK HERGOTEN IN HET JAAR 1843 VOOR DE GEMEENTE MUNTENDAM, TOEN / G.BENTHEIM REDDINGIUS PREDIKANT EN H.P. BOUMAN, E.P. WARNERS EN D.S. KUIPERS / KERKVOOGDEN WAAREN EN R.J. GIEZEN BURGEMEESTER / A.H. VAN BERGEN EN U.H. VAN BERGEN ME FEEVRUNT.

Bouwconstructie
De grote breedte van het kerkgebouw bracht wel enige constructieve moeilijkheden met zich mee. Maar de toenmalige bouwmeester redde zich daaruit door een soort boerderij-jukconstructie toe te passen. Toen de drie paar steunberen aan de buitenzijde (zw. 25 x 75 cm) staan aan de binnenzijde zware grenenhouten stijlen (afm. 21 x 21 cm) waaroverheen een 12.50 m lange trekbalk, aan beide einden ondersteund door even zware korbeels. Het plafond bestond uit een sterk gedrukt tongewelf samengesteld uit 20 à 30 cm brede vuren delen, gaande van de voor- naar de achtertopgevel. Aangezien er in de aanvang geen orgel was, zal men achter de hoofdingang een houten tochtportaal gebouwd hebben. Vermoedelijke resten waren voor de restauratie nog aanwezig. Aan de noordzijde bevond zich voor de restauratie een tweede entree met een later aan de buitenzijde aangebouwd voorportaal. Merkwaardig was dat steunbeer evenals de houten juk-stijl doorbroken moesten worden. De steunbeer is daar ter plaatse vervangen door 2 stuks welke 136 cm uit elkaar staan, terwijl de houten stijl eenvoudig afgezaagd werd tot vlak boven de deur. Aan de binnenzijde was een classisistische houten omtimmering aangebracht. Deze opzet wordt misschien verklaarbaar uit het volgende.

Vloer
Onder de vloer werd aan de zuidwand in de kerk een groot gedeelte grijs gesmoorde vloertegels (afm. 21 x 21 cm) aangetroffen. Dit duidde op een bijzondere bestemming van deze plaats.

Preekstoel
Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de preekstoel aan de lange zuidwand heeft gestaan, met daarvoor een betegelde vloer, misschien afgesloten door een doophek of anders door de voorschotten der banken. In 1864 werd de preekstoel verplaatst naar de oostzijde.

Orgel
Het orgel is van een zeer forse opzet, voorzien van rijk geprofileerde lijstwerken, krachtig gesneden ornamenten onder de torens, gedragen door twee zware gemetselde, gladgepleisterde kolommen met zandstenen Jonische kapitelen. Bouwer is P. van Oeckelen te Groningen, 1869. Een bekent organist in de beginjaren was het hoofd van de lagere school meester Thomas Jan Closse, wiens naam nog steeds in de orgel staat. Thomas Jan Closse en echtgenote liggen begraven direct aan de oostzijde van de kerk.

Plafond
Doordat het plafond in het verleden in eigen beheer was vernieuwd, was het bij de restauratie van 1962 niet mogelijk het plafond de oorspronkelijke afwerking en maatindeling te geven.

Hoofdentree
In de dertiger jaren was deze vervangen door een kleine rondboogopening met nieuwe deuren. Daardoor waren de verhoudingen van de voorgevel totaal verbroken. Aan de hand van een (onduidelijke) foto en gegevens van omwonenden werd in 1964 een nieuwe ingangspartij geplaatst.

© 2011 MenterAroute | Realisatie Grafisch bedrijf de Bruin - Zuidbroek. m