Omgeving Zuidbroek

*…vrouger woonde in Zuudbrouk ’n jonge vraauw, dij Rikste haitte. As der in Stad ’n ongelok gebeurde, den wos zai ’t in Zuudbrouk. In dij tied woonden hier en ook in Muntendam, Veendam, Wildervank, Sapmeer en op ’t Hogezaand hail wat zeelu. As ’t störmachteg weer was den wörren de vraauwlu onrusteg en gingen noar Rikste tou en vruigen: Zol ’t wel goud besloagen?. En as Rikste zee: ’t Komt wel goud, den sluipen ze rusteg. “t Mens is nait old worren. Gain wonder, want zokkend hemmen ’n swoar leven! Mor ’t mout ’n wonder vraauwspersoon wes hemmen!… (bron 2.)

*Over de kozakken : … moar as ze aan t vechten wazzen, din wazzen t net duvels. Dou ze in Zubrouk kwammen, wozzen de Franzen nait, hou haard dat ze lopen mozzen. N Hail troep is van benaauwhaaid in de onderoardse gaang onde Zubroukster kerl vlogen, en der eerst in Noorbrouk weer oet komen. Mor aans nee ,zo deurbaankweg wazzen de nait zo kwoad as ze der oetzaggen. In Zubrouk kwammen ze in t hoes van meneer Spandou. Doar was n mooie spaigelkaast, dat zaggen ze veur n haailegdom aan, en ze gongen der veur op knijen liggen.Zok roar volk was t!… (bron 1.)

*Citaat. …Mannen en vrouwen met rode kokardes op hun hemden ,zwaaiend met vlaggen en pistolen . Verlos de maatschappij/nu van tirannen/en maak ons vrij , zongen de met stemmen zo schel als trompetten. Op 3 december beschreef De Arbeider hoe je met de apotheek verkrijgbare nitroglycerine dynamiet kon maken.De volgende dag stak Domela Nieuwenhuis in Zuidbroek opruiende toespraken af over de onderwerpen ‘Vrede aan de hutten/Oorlog aan de paleizen’ en ‘Waar blijven de dubbeltjes?’. … (bron 3)

*Citaat....Dit diep, vervloekte oude ader, / dat het land vanuit het westen snijdt, / waterweg naar spiegelende morgenstond, /Leiband, steeds, voor vader na vader, /doem tot dagelijkse ééntonigheid, / Dit diep, dat ook mijn dromen schond./ (bron 4.)

*Citaat : blz 49. … Drie etmalen later, op de vijftiende , marcheerde het leger door de straten van Winschoten, Oude en Nieuwe Pekela, Wedde, Bellingwolde, Hoogezand, Sappemeer , Zuidbroek, Noordbroek, Scheemda, Midwolda, Nieuwolda, Beerta, Termunten en Finsterwolde . In het Oldambt was voor drie maanden de staat van beleg afgekondigd…. (bron 3)

*Je kunt een gelijkzijdige driehoek tekenen tussen drie weemoedige plekken met een verhaal. Ik sta bij het monument : “de laatste halte in het vaderland “ naast het oude station in Zuidbroek . Hier is de punt van de driehoek en de andere punten zijn enerzijds Uiterburen waar de voormalige, onaanzienlijke want arme kille, synagoge stond en anderzijds de kleine joodse begraafplaats aan het Veen. Jojo van der Laan. Het vierjarige jongetje uit Noordbroek dat in november 1942 in Auschwitz vermoord werd. Citaat : …Hilda werd vier maanden na hem gearresteerd. Ze stopten vier jassen in een koffer en ze nam een kussensloop met twee liter gesmolten vet mee. Haar zoontje Jojo liep op 11 november nog met zijn kip-kap-kogel (een lampion) om Sint Maarten-liedjes te zingen in ruil voor wat snoepgoed. Om tien uur diezelfden avond werden zijn moeder en hij van bed gebeld. Ze moesten meteen mee. Het kind ,nog helemaal in de ban van het kinderfeest ,wou perse zijn lampionnetje meenemen, maar Hilda verbood dat. Alleen nuttige dingen kon ze meenemen. Het jongetje was daardoor geheel van streek. Huilend liep hij met zijn moeder naar het gemeentehuis van Noordbroek. Daar overnachtten ze op de grond, waarschijnlijk samen met het echtpaar Van der Hak en de volgende dag bracht de bode hen naar de trein. Ruim een week later werden moeder en kind naar Auschwitz gedeporteerd…(bron 5)

* Wie, als ik, in Zuidbroek / een uurtje moet wachten, / verlost van ’t dagelijks jachten, / voelt de vervreemding van de uithoek/ / In de luwte van het Märklinstation / trekken de rails het oog / naar ’t eindpunt in de hemelboog./ De stilte klemt op het perron./ / Geluidloos nadert de kleine trein, / gele vlakken weerkaatsen / zichzelf. De ramen spiegelen de lucht./ / Geen mens moet hier zijn/ Wie zou uit zoveel plaatsen / Zuidbroek kiezen voor zijn vlucht? // (bron 6)

*Aan het eind van de Trekweg, zie je aan de linker kant een verzameling fruitbomen. Hier was vroeger een gehuchtje, er stonden 5 kleine boerderijen/arbeiderswoningen.
4 stonden in de gemeente Zuidbroek, 1 in Scheemda. De verzameling huizen werd Oude Dijk genoemd. In 1929 is hier inderdaad een moord gebeurd. Vrouw M. en haar ongetrouwde 47-jarige zoon zijn beiden op gruwelijke wijze vermoord. Hij lag met ingeslagen schedel ergens buiten het huisje , zij was gewurgd en lag onder een laken op de vloer. De moord werd het eerst ontdekt door de postbode ,die geen gehoor kreeg toen hij aanbelde ( hij moest voor het afgeven van een geldwissel een handtekening krijgen). De matras brandde . De moordenaars zijn nooit aangehouden. Wel kwam later het verhaal dat er die ochtend 2 vreemde kerels waren gezien ,die over de Trekweg liepen. Ze waren nooit eerder gezien en men vroeg zich nog af wat ze daar deden. Beiden hadden een schipperspet op.
Over het motief is onduidelijkheid. Waarschijnlijk is het een roofmoord geweest. De zoon had net 200 gulden geleend van zijn halfbroer. Waarvoor is niet goed bekend.
(in die tijd is 200 gld ongeveer het zelfde als nu 40000 gld !! .In diezelfde tijd werd een huis gebouwd voor Fl 1600.- !). De ongetrouwde zoon was een beetje bijzonder : "hij kon nog geen koe verkopen""; "toen de stier doodging , groef hij een gat in de grond in de schuur en gooide daar het dode dier in". Daarna zand erover en de nieuwe stier werd gewoon op deze grond in de schuur gezet"") Moeder en zoon waren wat schuw. Niemand uit het gehucht mocht bij hen over de vloer komen. Na de moord ging dan ook al gauw het verhaal dat ze veel goud in huis verborgen hielden, wat ook een motief voor de moord zou zijn geweest. Waarom de matras brandde, is een gebeurtenis die de fantasie heeft geprikkeld. Waarschijnlijk hebben de moordenaars gedacht dat het vuur van de matras (stro ?) wel over zou gaan op het huis en dat daarmee sporen zouden worden uitgewist (bron: informant 2004).
In 2005 ontvingen we via Léon Boer een aanvullend en onderbouwd verhaal over dit onderwerp van Sonja Lijnes. Zie onderaan deze pagina.

Bijlage bij de bovenstaande alinea: juni 2006: ingezonden tekst van Sonja Lijnes door Léon Boer.
Als geinteresseerde in de geschiedenis van Meeden werd mijn nieuwsgierigheid gewekt door het verhaal van Léon over de moord op Molanus en heb ik het een beetje uitgezocht. Voor de medegeinteresseerden hierbij een samenvatting:

De 76 jarige weduwe W. Molanus en haar 43 of 45 jarige zoon Hendrik wonen in 1931 in Zuidbroek in een afgelegen boerderijtje aan de weg langs het Winschoterdiep tussen Zuidbroek en Scheemda. Op woensdag 26 augustus om ongeveer 10 uur 's ochtends komt postbode Christiaan Ruchtie de post brengen. De deur staat open en de koeien loeien omdat zij nog niet zijn gemolken. Binnengekomen ontdekt hij, verborgen onder een linnenrek, het lijk van de weduwe met een prop in haar mond. Haar bed is omgewoeld en kennelijk in brand gestoken want het smeult nog na. De postbode waarschuwt de buren en de politie. Zoon Hendrik is nergens te bekennen.In het dorp wordt meteen flink geroddeld. Er wordt beweerd dat zoon Hendrik als een abnormaal en ietwat driftig man bekend staat, en vervolgens dat hij in zijn drift zelf zijn moeder wel vermoord zal hebben.De politie vermoed echter dat er sprake is van een roofmoord. De weduwe en haar zoon hadden een paar dagen ervoor een paar koeien verkocht, en blijkens het spaarbankboekje hadden zij het geld nog niet op de rekening gezet. In het huis wordt echter geen geld aangetroffen, en op tafel ligt een lege portemonnee. Verder zijn er duidelijke sporen van braak te zien en er kleeft bloed aan de deur. Omdat de politie vermoed dat ook Hendrik vermoord is en de dader zijn lichaam in het Winschoterdiep heeft gegooid, beginnen zij daar te dreggen.De volgende ochtend om 10 uur wordt Hendrik gevonden, liggend op zijn rug in een halfdroge sloot op ongeveer 200 meter van de boerderij. Vlakbij hem ligt een ketting. De politie vermoed dat hij na een worsteling probeerde te vluchten, maar door de dader is achterhaald, neergeslagen en in de sloot geworpen. De roddelaars zeggen dat hij na de moord op zijn moeder zichzelf verwond heeft en in de sloot gesprongen is.Dr Hulst uit Leiden verricht later die dag sectie. Hieruit blijkt dat de weduwe is overleden door verstikking door een slaapmuts die in haar mond was gestopt. Hendrik heeft een grote wond aan zijn hoofd. Beide slachtoffers hebben steek- en snijwonden. Hiermee komt ook vast te staan dat Hendrik niet zijn moeder heeft vermoord en vervolgens zelfmoord heeft gepleegd.Op vrijdag 28 augustus om elf uur worden Hendrik en zijn moeder begraven in Zuidbroek. Hierbij is als enige familielid een halfbroer van de weduwe aanwezig. Burgemeester Buurma houdt een toespraak waarin hij duidelijk stelling neemt tegen alle roddels en Hendrik zuivert van alle blaam. Hij heeft de roddels nooit kunnen geloven, omdat Hendrik zo zachtaardig was dat het hem moeite kostte om afstand te doen van zijn vee.Door justitie wordt uitgebreid naar de daders gezocht en vele sporen worden gevolgd. Twee getuigen melden dat zij 's avonds rond elf uur twee mannen hebben zien lopen op de weg langs het Winschoterdiep. De signalementen zijn uiterst vaag. Beiden waren haveloos gekleed, de een had een jockeypet op en droeg iets wat op een knuppel leek, de ander droeg een jaaglijn over de schouder. In de maanden die volgen worden vele verdachten opgepakt, onder andere in of uit Musselkanaal, Hoorn, Jipsinghuizen en Eindhoven. Maar een melding dat er ook iemand voor de zaak veroordeeld is, heb ik inderdaad niet kunnen vinden.Na wat gesnuffel in Genlias lijkt het mij dat de weduwe Molanus Anje Udema moet zijn. Zij werd geboren omstreeks 1855 in Nieuw Scheemda als dochter van Hindrik Daniels Udema en Pieterke Gernaat. Op 2 augustus 1884 trouwt zij te Zuidbroek met Willem Molanus, geboren omstreeks 1842 in Scheemda, zoon van een onbekende vader en Hillechien Berends Molanus. Willem was eerder gehuwd met haar zus Wupke Udema. Hillechien Molanus is waarschijnlijk de dochter van Berend Hindrik Molanus en Engeltje Adolfs Dijkhoff. Zij trouwde in 1851 met Harm Jacobs Oorlog, waarbij een kind werd gewettigd. De plaats van het delict is wellicht het Meedener tolhuis. Bij het huwelijk met Wupke in 1872 in Scheemda geeft Willem op dat hij boerenknecht is, bij het huwelijk met Anje in Zuidbroek 1884 is hij tolpachter. Het huis waar zijn vrouw en zoon werden vermoord stond enigzins geisoleerd in de gemeente Zuidbroek, aan de weg naar Scheemda langs het Winschoterdiep. Het kan dan volgens mij alleen gaan om de Meedener tol. Dat stond aan de noordelijke "knik" in het Winschoterdiep iets ten oosten van Zuidbroek. Hier lag ook de grens met de gemeente Scheemda.Ook een ander klein vraagtekentje blijft over. Ik heb geen halfbroer van Anje Udema kunnen vinden. Zoon Hendrik heeft wel een halfbroer, namelijk Berend Hindrik Molanus geboren omstreeks 1874 in Zuidbroek uit het huwelijk van Willem en Wupke. Mocht iemand nog iets meer weten, dan hoor ik dat graag.
Sonja Lijnes

© 2011 MenterAroute | Realisatie Grafisch bedrijf de Bruin - Zuidbroek. m