Omgeving Meeden

*opgetekend in de 19 e eeuw. Men dacht eerst dat het landmeters waren die vurige kerels die wild over het land heen en weer liepen. Maar s nachts waren ze er ook, iemand hoorde ze naar de hemel roepen, trek strakker, nog strakker. En toen hij omhoog keek zag hij een ketting. En op die ketting balanceerde een vrouwspersoon. Dat moet natuurlijk een heks geweest zijn. De ketting was gespannen tussen de torens van Meeden en Westerlee. Niet te geloven. Die vurige kerels moeten door de duivel bezeten zijn. Het is daar lang niet pluis tussen Meeden en Westerlee. (bron 1.)

*Is ter mooier en rieker streek as de Maiden, doar de dikste boeren wonen en de goortste ploatsen stoan. Nou zol Maiden ook n woapen hebben. Gain verscheurend baist ,gain droak as in Slochter, gain oarend as in Stas, ook gain laiwen of tiegers, niks gain meroakels, t Zol n hoan wezen. Nee, ook gain hoan, hounden leggen de aaier, onnaierden de boeren. Zo is t n beste, olderwetse hin worden en zo binnen de Maidemers aan de scheldnoam van aaierleggers komen. Da s ook t ainegste wat ter van overbleven is, omdat ieder en ain heur oetlaagde, wollen de t gaain woordt hebben van dij ole rebbe en hebben de hom nooit op t gemaaintehoes zet. (bron 7.)

*citaat uit Nederland in vroegertijd 18e eeuwse beschrijving deel 23: …Meeden, oostwaards van Muntendam, is een groot dorp. Alwaar zeer veele rijke huislieden woonen. Eene byzonderheid, welker grond niet kan gezogt worden in het land, dat laag is, gelyk de naam meden aanduidt: nog in het agterleggende veen, dewyl dat, nog veel onvergraaven, alleen tot roggeakkers is geschikt gemaakt…

*Lichtovergoten / citadel./ Magisch spel /in de nacht besloten./ /Titanic, een eindstation,/ nog één keer voor ’t zinken,/mag trots en hoogmoed blinken,/ Billiton, Billiton./ /Vloek over de streek hier,/ zei de vrouw dreigend./Ze wikkelde de bloeiende plant/ / in paars winkelpapier/ en keek zwijgend/ over het nog lege land./ (Billiton is de roepnaam van de magnesiumfabriek bij Veendam en zichtbaar van De Wiede Muntendam en langs de Veensloten) (bron 6.)

*…In Vegter’s Boske op de Maiden, tussen Zuudwennen en Boven-Veensloot, bie ’t hoes van van der Werf, zak ik op ’n keer ’n slaange mit ’n kroune op kop. Dat was ’n woaterslaange. Doar mo’je verzichteg mit wezen… ( bron 2.)

*Citaat : …Tussen de zandruggen heb je de dalgronden ,het vergraven veen, met een ratjetoe aan kolonisten en trekarbeiders.Een paar kilometer noordwaarts begint de klei.De beklinkerde dorpsstraat van Meeden markeert de grens : daar staan de eerste herenboerderijen met klei aan de ene en dalgrond aan de andere kant van de weg.Hoe verder naar het noorden, , hoe zwaarder de klei. Het Oldambt, zei ik. Het land van edelman en bedelman, zei hij.Er woont daar een ander type mens. Ik wilde weten, Wat is er anders aan een Oldambtster? De turfsteker sjorde aan zijn broek en zei : Als een scharensliep om half een ’s middags bij een zandboer aanklopt , dan eet hij mee. Een kleiboer jaagt hem van zijn erf. … (bron 3.)

*Citaat: …Maar terwijl predikanten, artsen ,onderwijzers en landbouwers in talrijke genootschappen over sociale ontwikkelingen en sociale vraagstukken spraken en spaarbanken, bewaar- en breischolen stichtten, was er tussen de boeren en arbeiders een steeds grotere afstand ontstaan…(bron 9)

* Zo vroeg dit jaar, / Bij de Veensloot / kleurt de lijsterbes rood./ onmerkbaar / / is de zomer vervluchtigd. / Wetmatig ontvouwd./ Nalatend worden toevertrouwd / de vruchten./ / Nog steeds / geldt hier de kolonie. / Oogstende hand / en dienstig zweet./ Gretig monopolie / van de heersende stand./ (bron 6.)

* citaat.... Doetje kon heksen. Mien ootje wis t hail secuur. Ze har deure mit n klink en n touwtje dicht, zoas ieder dat vrouger har, mor ze stopte ale oavens t goatje dicht mit n lapke, anners kon Doetje der deur. Doetje ree over Eekster Kerk op n bezzemstoal noar de Maiden. As t ol wief joe n appel geft zee ootje den mo j hom nait opeten, want dan krieg je n porre ien t lief--- (bron 2.)

© 2011 MenterAroute | Realisatie Grafisch bedrijf de Bruin - Zuidbroek. m